Toen Petri Hofsté op het gymnasium zat, droomde ze ervan architect te worden. Dat liep anders. Ze koos uiteindelijk voor bedrijfskunde, werd registeraccountant, werkte als CFO en hield toezicht op Nederlandse banken. Tegenwoordig is zij commissaris bij verschillende grote organisaties.

Haar carrière laat zien dat je niet vanaf jonge leeftijd precies hoeft te weten waar je uitkomt. In dit interview vertelt Petri hoe haar loopbaan zich ontwikkelde en welke adviezen zij heeft voor jongeren

6 juni 2026

Wat is een toezichthouder eigenlijk?

“Een toezichthouder of commissaris houdt in de gaten of een bedrijf door het bestuur goed geleid wordt en goede resultaten behaald. Je bent niet degene die de knoppen bedient, dat doet het bestuur. Maar, met je collega’s in de raad van commissarissen ben je het extra paar ogen dat meekijkt met het bestuur: je stelt hen aan, beoordeelt en adviseert hen, stelt kritische vragen en keurt grote beslissingen goed.

Hoe is dat anders dan het werk dat ik hiervoor heb gedaan? Ik heb gemerkt dat het iets van mij vraagt dat ik best lastig vind: geduld hebben en niet zelf de zaken oppakken. Ik heb moeten leren om ‘op mijn handen te zitten’. Soms zou ik willen ingrijpen en zeggen: ‘Laat mij het maar even doen.’ Maar dat kan niet. Dan zou ik de kracht van mijn rol verliezen. De kracht van het tweede paar ogen: reflectie, advies en controle.

Opleiding – hoe begon het?

“Ik zat op het gymnasium. Mijn droom was om architect te worden. Tot een paar mensen tegen mij zeiden dat de bouwsector misschien niet zo realistisch was voor een vrouw. Dat is inmiddels heel lang geleden en was overduidelijk; een hele andere tijd. Dat bracht me aan het twijfelen (de laatste keer dat ik mij heb laten beïnvloeden) en ik ging opnieuw nadenken over wat ik wilde.

Ik koos voor bedrijfskunde aan Nyenrode. Ik vond het interessant hoe bedrijven en organisaties werken. En omdat het een brede studie is, zou ik er van alles mee kunnen doen. Ik kreeg diverse vakken zoals organisatiekunde, financiële administratie, accounting, financiering, marketing, communicatie en sociologie. Vooral de financiële en de organisatievakken spraken mij aan.”

Hoe wist je welke richting je op moest?

“Ik wist dat ik met die financiële vakken en organisatiekunde iets wilde doen en ben met mensen gaan praten. Hoogleraren, organisatieadviseurs, mensen uit het vak. Ik vroeg: ‘wat doe jij eigenlijk de hele dag en hoe zou ik daar kunnen komen?’

Ik merkte dat accountancy me trok: het begrijpen van cijfers en organisaties. Daarom ging ik naar de Vrije Universiteit om accountancy te studeren. Ik haalde daar mijn doctoraal en daarna mijn postdoctoraal tot registeraccountant.”

Hoe leer je dit vak echt?

“Door het te doen, blijven leren en te ontwikkelen. Tijdens mijn postdoctorale studie werkte ik al bij KPMG, in het accountantsvak. Dat heb ik twintig jaar gedaan. Je controleert jaarrekeningen, kijkt hoe bedrijven werken, hoe ze hun geld verdienen, of ze goed georganiseerd zijn, geen fouten maken en eerlijk zijn over de wijze waarop ze werken, of de cijfers kloppen en of de jaarverslagen kloppen en relevant zijn voor wie die documenten bedoeld zijn.

De wereld verandert voortdurend, dus leren stopt nooit. Soms leer je kleine dingen, soms grote, maar er is altijd iets nieuws en door wat je leert kom je in de praktijk weer verder. Dat vraagt nieuwsgierigheid en ook om soms terug de schoolbanken in te gaan.”

Wat heb je allemaal gedaan?

“Ik ben altijd aan de ‘financiële tafel’ blijven zitten, maar in verschillende rollen.
Ik begon als accountant bij KPMG. Vervolgens werd ik groepcontroller en deputy CFO (Chief Financial Officer) bij ABN AMRO. Daarna heb ik ook bij andere organisaties een CFO-rol gehad.

Later maakte ik de stap naar De Nederlandsche Bank. Als divisiedirecteur was ik daar verantwoordelijk voor het toezicht op alle banken in Nederland. Tegenwoordig werk ik als commissaris (oftewel toezichthouder) bij verschillende organisaties, financiële instellingen, productiebedrijven en een universiteit: Nyenrode. Terug naar waar het begon voor mij.”

Hoe ziet je werk eruit?

“Mijn werk is veel lezen, nadenken, bedrijven bezoeken en praten. Ik zit bij heel verschillende organisaties: van banken zoals ING tot coöperaties zoals FrieslandCampina en familiebedrijven zoals Pon. Ik werk deels thuis en deels op locatie. Soms spreek ik mensen via Teams, soms, en dat vind ik leuker, op locatie. De vergaderingen bij alle bedrijven waar ik actief ben worden een jaar vooruit gepland. Daarnaast zijn er regelmatig bijeenkomsten, bedrijfsbezoeken of conferenties, ook in het buitenland.

Mijn weken zijn nooit hetzelfde. Sommige dagen zitten vol met vergaderingen. De Raad van Commissarissenvergaderingen kunnen uren duren en dan altijd met veel koffie voor mij. Ik heb nooit een standaard 9 to 5 job gehad en ook nu zeker niet, doordat ik bij zoveel verschillende organisaties werk. Naast vergaderingen zijn er ook trainingen en seminars die ik bezoek. Een werk week kan van 36 uur tot 50-60 uur oplopen, soms ben ik door de weeks even vrij en soms in het weekend. Ik plan dit rondom mijn jaar agenda voor zover het kan.

Wat vind je het leukste?

“Twee dingen: Het eerste is blijven leren. Ik zit bij veel organisaties zoals ook SCA die BeleggerUitlegger heeft opgestart. Elke organisatie is anders, andere mensen, elk probleem is anders, ieder bedrijf heeft andere vraagstukken en andere innovaties en ontwikkelingen en ik moet constant leren om bij te blijven. Als mij dat niet lukt ben ik niet van nut. Dat houdt me scherp.

Het tweede zijn de mensen. Ik werk met veel verschillende mensen in organisaties waaronder bestuurders en collega’s, maar ook veel mensen in het bedrijf. Dat sociale aspect, het samenwerken en tot oplossingen en nieuwe ideeën en resultaten komen, inspireert en stimuleert mij en vind ik heerlijk.”

Waren er obstakels?

“Natuurlijk wel, maar niet hele grote, behalve natuurlijk dat ik ooit te horen kreeg dat architect worden als vrouw niet verstandig zou zijn. Ik weet niet of mijn leven anders was gelopen als ik die opmerkingen niet had gehoord, want in die levensfase gebeurt er nog zoveel waardoor je gedachten veranderen. Maar ik ben blij met wat ik allemaal heb gedaan en waar ik nu ben.

Maar dat betekent natuurlijk niet dat het mij allemaal is komen aanwaaien ik heb altijd hard gewerkt. Dat betekende ook dat de balans tussen werk en privé niet altijd even goed was. Ik heb het krijgen van kinderen uitgesteld, en dat raad ik niemand aan; ik ben zielsgelukkig met mijn dochter”

Wat zou je jongeren willen meegeven?

“Doe waar je hart naar uitgaat, doe wat je interesseert en waar je blij van wordt. Daar word je goed in. En omgekeerd, waar je goed in bent en waarmee je mooie resultaten bereikt, daar word je blij van. Laat je niet vastzetten door het idee: ‘Ik heb dit vak gestudeerd, dus dit moet ik altijd blijven doen.’ Mijn Motto is: ‘hard werken, passie, een dosis geluk en een beetje wijsheid’ is wat je nodig hebt om verder te komen. Met geluk bedoel ik de steun van de juiste mensen en het vertrouwen dat je krijgt om de volgende stap te zetten.

Als iets je van of je werk je niet meer gelukkig maakt, durf dan iets anders te kiezen. Maar, laat je niet te snel uit het veld slaan door tegenslag. Toen ik net bij KPMG begon heb ik ook momenten gehad waarop ik dacht: ‘Is dit het nu; heb ik hiervoor al die jaren gestudeerd?’ Op dat soort momenten heb ik advies gevraagd aan de mensen om mij heen, om vervolgens te ontdekken dat ik echt een goede keuze had gemaakt. En dat kan jij ook.”

Lees meer over de financiële serie “Hoe word ik?”

  • FAQ: Hoe word ik portfoliomanager?
  • FAQ: Hoe word ik financieel adviseur?
  • FAQ Hoe word ik beurshandelaar?
  • FAQ Hoe word ik beursvoorzitter?
  • FAQ Hoe word ik belastingadviseur voor beleggers?
  • FAQ Hoe word ik broker?
  • FAQ Hoe word ik Wallstreet correspondent?
  • FAQ Hoe word ik vermogensbeheerder?
  • FAQ Hoe word ik zakgeldexpert?
  • FAQ Hoe word ik hoofd duurzaamheid bij een bank?
  • FAQ Hoe word ik CEO Robeco?
  • FAQ Hoe word ik voorzitter van de vereniging van effectenbezitters? (VEB)
  • FAQ Hoe wordt ik expert Financiële Educatie
  • FAQ Hoe word ik opleider voor financiële professionals?