Hoe word ik de meest invloedrijkste vrouw in Nederland?
In dit deel van de Hoe word ik.. serie vertelt Petri Hofsté hoe zij haar weg vond naar de...
Petri Hofsté Board memberHet eerste aandeel werd al in 1602 uitgegeven, maar wat is het oudste nog bestaande Nederlandse beursfonds? Het antwoord voert terug naar 1720, toen de Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam naar de beurs ging. Daarmee werd het bedrijf het eerste Nederlandse beursfonds. Ruim drie eeuwen later luidde haar rechtsopvolger A.S.R. de beursgong. Cherelt Kroeze, beurshistoricus en verbonden aan Stichting Capital Amsterdam, vertelt hieronder het volledige verhaal over dit beursfonds.
Ingrid de Swart, de nieuwe CEO van a.s.r. opende vanochtend samen met collega’s de Amsterdamse beurs. Directe aanleiding was de 10e verjaardag van de huidige beursnotering (2016-2026). Goed beschouwd gaat het hier om de derde beursnotering van de van oorsprong Rotterdamse verzekeraar. Eerder had a.s.r. vanaf 1964 ook al eens een (tweede) ‘officiële’ notering op de Amsterdamse beurs. Een overname door Fortis maakte daar aan het begin van deze eeuw een einde aan. Zo bezien beslaat de relatie tussen a.s.r. en de beurs dus ruim 60 jaar.
Maar dit is zeker niet het hele verhaal. De relatie met de beurs gaat veel verder terug. Tot het jaar 1720 om precies te zijn. Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam, de eerste rechtsvoorganger van a.(s.r.!), gaat dat jaar gelijk na de oprichting op 21 juni al voor de eerste keer naar de beurs. Dat is op dat moment nog ‘officieus’ aangezien het nog ontbreekt aan een echte beursorganisatie als Euronext Amsterdam. Dit neemt niet weg dat de stukken toen publiekelijk zijn aangeboden en verhandeld op zowel de beurzen in Rotterdam als Amsterdam. Een bewaard gebleven oud termijncontract en koerslijsten in de beurshistorische collecties van Stichting Capital Amsterdam, zoals die vandaag getoond werden tijdens de gongceremonie, getuigen daar nog altijd van.
Het jaar 1720 is niet zomaar een jaar. Het is het jaar van de eerste serieuze internationale effectencrisis. Frankrijk en Engeland kampen rond die periode met een grote staatsschuld. Om de miserabele positie van de schatkist te verbeteren, wordt schuldpapier omgewisseld in aandelen van semi-publieke ondernemingen. In ruil voor overname van de staatsschuld krijgen deze ondernemingen het handelsmonopolie op Amerika. Dit leidt in beide landen tot een grote speculatiewoede, waarbij in Engeland ook nog honderden ‘windcompagnieën’ worden opgericht. Vaak alleen met het doel om erop te kunnen speculeren.
De speculatiekoorts bereikt in het voorjaar van 1720 in lichtere vorm ook Nederland. Niet zo gek, want de (financiële) contacten met Engeland zijn op dat moment al intensief. Den Haag en financieel centrum Amsterdam moeten niets hebben van nieuwe vage bedrijfsplannen, die vaak door toedoen van Engelse plannenmakers komen overwaaien.
Kleinere Nederlandse steden zijn minder beschroomd. In totaal zien dat jaar meer dan 30 stedelijke actiecompagnieën het levenslicht in ons land. Het gaat dan om steden als Alkmaar, Gouda, Kampen, Middelburg, Steenwijk en Utrecht. En niet te vergeten ook om Rotterdam. Qua bedrijfsactiviteit richten ze zich vooral op handel, verzekeringen, visserij en scheepvaart. In totaal willen ze 367 miljoen NLG aan bedrijfskapitaal ophalen. Ter vergelijking: de VOC haalt in 1602 bij de eerste beursgang 6,5 miljoen gulden op.
Eind 1720 barst de bom. In Frankrijk en Engeland leidt de ‘windhandelcrisis’ tot duurzame ontwrichting van de economie. De korte speculatiegolf heeft in Nederland geen direct effect voor de economie. Vooral dankzij de afwerende houding van internationaal financieel centrum Amsterdam blijven de gevolgen van de windhandel hier beperkt. Vanuit de hoofdstad is de uit het buitenland overgewaaide speculatiezucht dan ook uitvoerig bespot. Toppunt van deze satire – zowel nationaal als internationaal – is een tot op de dag van vandaag raadselachtig verzamelalbum met spotprenten, gedichten en compagnieplannen onder titel Het Groote Tafereel der Dwaasheid .
Geleerden menen dat de meeste compagnieën in Nederland enkel en alleen zijn opgericht voor speculatiedoeleinden. Toch ziet men ook serieuze bedrijfsplannen, waaronder die in Rotterdam. In een opkomende havenstad als Rotterdam is simpelweg wel ruimte voor een verzekeraar als Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam. Zonder problemen wordt het begrote aandelenkapitaal van in totaal 15 miljoen NLG in 1720 dan ook opgehaald.
In de meeste Nederlandse steden zijn de compagnieën na het uitbarsten van de ‘bubbel’ alweer snel ter ziele gegaan. In de steden Middelburg en Utrecht hebben ze nog meerdere jaren bestaan. Stad Rotterdam had ook last van de kortstondige speculatiezucht in Nederland, maar heeft als enige de tand des tijds doorstaan – nu al 306 jaar. Dat zegt niet alleen iets over de serieuze bedoelingen achter het bedrijfsplan uit 1720 in Rotterdam, maar maakt a.s.r. tegelijkertijd ook het fonds met de langste beurshistorie van allemaal en daarmee tot het ‘oudste beursfonds’ van Nederland.