De eerste verjaardag van Liberation Day
Trump in action en de gevolgen voor de beurskoersen
Lisa Lange Journalist BeleggerUitleggerEr is geen gemiddelde Nederlandse belegger, omdat dit nooit concreet is onderzocht. Wel geeft de AFM Consumentenmonitor een waardevol beeld van wie er allemaal beleggen. Op basis van deze gegevens geeft Paschtun Steltenpoh in dit artikel antwoord op de vraag hoe oud Nederlandse beleggers zijn, of er meer mannen of vrouwen beleggen en welke opleiding of werkachtergrond zij hebben. Hoewel de beschikbare informatie beperkt is, biedt zij genoeg handvatten om duidelijke trends te herkennen en beter te begrijpen wie de startende belegger in Nederland eigenlijk is.
‘Uit de Consumentenmonitor blijkt dat nieuwe beleggers (mensen die twee jaar of korter beleggen) gemiddeld vaak 35 jaar oud zijn. Dat terwijl beleggen mogelijk is vanaf 18 jaar.
De latere start hangt mogelijk samen met het opbouwen van vermogen. Jongeren werken soms al, maar hebben doorgaans minder spaargeld dan iemand van rond de dertig met een vaste baan en meer financiële ruimte. Bovendien kunnen mensen op latere leeftijd beter inschatten welke financiële doelen zij willen nastreven.
Toch is het gunstig om vroeg te beginnen. Beleggen draait niet om snelle winst, maar om rendement op de lange termijn. Hoe eerder iemand start, hoe meer tijd er is om eventuele verliezen door beursbewegingen op te vangen.
Jonge beleggers starten vaak met kleine bedragen en nemen daardoor weinig risico. Dat is een verstandige manier om ervaring op te doen: zo leren zij stap voor stap welke verantwoordelijkheden beleggen met zich meebrengt en hoe de markt functioneert.’
‘De financiële wereld wordt nog vaak gezien als een mannenwereld. Uit de Consumentenmonitor blijkt dat ongeveer een derde van alle beleggers vrouw is, dus een duidelijke minderheid.
In de Consumentenmonitor Representatief Nederland wordt ook gevraagd waarom mensen niet beleggen. Opvallend is dat het verschil tussen mannen en vrouwen niet zozeer aan het risico van beleggen ligt; mannen en vrouwen denken daar vrij vergelijkbaar over. Het verschil zit vooral in deinschatting van het kennisniveau.
Zo gaf ongeveer de helft van de vrouwen aan dat ze niet beleggen vanwege een gebrek aan kennis of informatie over beleggen, tegenover 4 op de 10 mannen. Andere veelgenoemde redenen zijn dat ze niet genoeg geld hebben om te beleggen. Maar uiteindelijk komt het vaak terug op hetzelfde punt: “Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen,” of “Ik heb te weinig kennis om te starten.” Vrouwen schatten hun eigen kennisniveau dus structureel lager in dan mannen.
Naast dit gebrek aan zelfvertrouwen speelt er mogelijk ook een cultureel en historisch aspect mee. Vergeleken met vroeger beleggen tegenwoordig veel meer vrouwen, hoewel er mogelijk nog steeds invloeden zijn vanuit een de traditionele rolverdeling, waarin vrouwen minder financiële rechten hadden dan hun partner, mogelijk nog steeds invloed heeft. Wie gaat er over de financiën? Wie neemt financiële beslissingen? Dat soort factoren speelt ongetwijfeld nog een rol en mogelijk ook de loonkloof waardoor vrouwen minder geld beschikbaar hebben.
Ongeveer 6 op de 10 beleggers heeft als hoogste voltooide opleiding een afgeronde hbo- of wo-opleiding. Zo’n 1 op de 3 heeft havo of vwo of mbo gedaan en ongeveer 1 op de 10 basisonderwijs/vmbo.
We hebben hier geen uitgebreid onderzoek naar gedaan, behalve de vragen die in de Consumentenmonitor worden gesteld. Onderzoeken laten zien dat het grootste deel van de beleggers hoger is opgeleid. Waarom mensen buiten deze groep minder vertegenwoordigd zijn, is niet onderzocht maar kan samenhangen met het feit dat erop middelbare scholen weinig aandacht wordt besteed aan beleggen. Leerlingen worden nauwelijks blootgesteld aan de financiële markt ook al komen geldzaken soms wel kort aan bod tijdens economie- of maatschappijleerlessen.
De AFM probeert door gastcolleges te geven meer informatie over geldzaken op middelbare scholen en mbo’s beschikbaar te stellen. Op die manier verlagen we de drempel voor jongeren om zich later verder in beleggen te verdiepen.
Daarnaast speelt ook de sociale omgeving een rol: als je ouders of mensen in je directe kring al bezig zijn met beleggen, is de kans groter dat jij er ook interesse in krijgt omdat beleggen meer bekend en bespreekbaar is. Ook verdienen hoger opgeleiden doorgaans meer en hebben daardoor wellicht ook meer vrij besteedbaar vermogen.’