Box 3 veranderd: dit moet je weten over het nieuwe stelsel
Box 3 gaat veranderen, en dat heeft invloed op je spaargeld en beleggingen.
Lisa Lange Journalist BeleggerUitleggerElke mei keert dezelfde beurswijsheid terug: ‘Sell in May and go away’. Volgens het gezegde kun je de zwakkere zomermaanden beter vermijden, klopt dit ook? Judith Sanders, beleggingsstrateeg bij ABN AMRO, geeft antwoord.
‘Sell in May and go away.’ Er zijn van die beurswijsheden die je elk jaar weer hoort. Dit is er zo eentje. De gedachte is simpel: verkoop je aandelen in mei, mijd de zomermaanden (want die zouden zwak zijn) en stap in oktober weer in. Dan heb je minder schommelingen en meer rendement. Klinkt als een goed plan.
Kijk je naar de AEX, dan zie je inderdaad een seizoenspatroon in de data. In de afgelopen tien jaar steeg de index in de periode november tot en met april gemiddeld 6%* per jaar. De ‘zomerhelft’ (mei tot en met oktober) bleef duidelijk achter, met een gemiddelde stijging van 1,5%* per jaar. Opvallend: zowel een van de beste beursmaanden (juli) als de slechtste (augustus) viel in diezelfde periode.
In de afgelopen tien jaar steeg de beurs in de zogenaamd zwakke zomermaanden gemiddeld gezien gewoon door—alleen minder hard. Het verschil is dus niet: winst of verlies. Het is eerder: meer winst versus minder winst. En precies die nuance verdwijnt in een slogan die vooral bedoeld is om te onthouden , en niet om op te bouwen.
Uitstappen in mei is één ding. Op tijd weer instappen is iets heel anders. Zo’n aanpak werkt alleen bij behoorlijk precieze timing: verkopen op het juiste moment en later weer terugkopen op het juiste moment, richting de winter. Een paar weken te vroeg of te laat, en het voordeel smelt weg—of slaat zelfs om in een nadeel.
Het is goed om te onthouden dat een groot—en vaak zelfs het grootste—deel van het jaarrendement over het algemeen in slechts een paar dagen wordt behaald. Mis je die dagen omdat je tijdelijk niet belegd, dan loop je een achterstand op die je later moeilijk goedmaakt. En dat wil je natuurlijk niet. Dit is misschien wel het ongemakkelijkste deel van het verhaal: de markt beloont vaak juist wie blijft zitten, terwijl het saai, onzeker of juist ‘logisch’ voelt om iets te doen.
Omdat het psychologisch prettig is. Het geeft houvast: een kalenderregel die controleerbaar voelt in een wereld waarin beursbewegingen dat niet zijn. Maar patronen uit het verleden zijn geen garanties—zeker niet als ze zó bekend zijn dat half beleggend Nederland ze kan opdreunen.
Dat betekent niet dat het seizoenseffect onzin is. We zien het zeker terug in de data. Alleen is het effect te klein, te wisselvallig en te gevoelig voor timingfouten om er een betrouwbare strategie van te maken.
Beleggen draait uiteindelijk minder om slimme in- of uitstapmomenten, en meer om geduld, discipline en het vermogen om níét te handelen wanneer de verleiding het grootst is.
Of, om het gezegde iets aan te passen: blijf zitten in mei—en daarna ook.