Elke mei keert dezelfde beurswijsheid terug: ‘Sell in May and go away’. Volgens het gezegde kun je de zwakkere zomermaanden beter vermijden, klopt dit ook? Judith Sanders, beleggingsstrateeg bij ABN AMRO, geeft antwoord.

13 mei 2026

Sell in May!

‘Sell in May and go away.’ Er zijn van die beurswijsheden die je elk jaar weer hoort. Dit is er zo eentje. De gedachte is simpel: verkoop je aandelen in mei, mijd de zomermaanden (want die zouden zwak zijn) en stap in oktober weer in. Dan heb je minder schommelingen en meer rendement. Klinkt als een goed plan.

Seizoenspatroon

Kijk je naar de AEX, dan zie je inderdaad een seizoenspatroon in de data. In de afgelopen tien jaar steeg de index in de periode november tot en met april gemiddeld 6%* per jaar. De ‘zomerhelft’ (mei tot en met oktober) bleef duidelijk achter, met een gemiddelde stijging van 1,5%* per jaar. Opvallend: zowel een van de beste beursmaanden (juli) als de slechtste (augustus) viel in diezelfde periode.

Maar ‘minder’ is niet hetzelfde als ‘slecht’

In de afgelopen tien jaar steeg de beurs in de zogenaamd zwakke zomermaanden gemiddeld gezien gewoon door—alleen minder hard. Het verschil is dus niet: winst of verlies. Het is eerder: meer winst versus minder winst. En precies die nuance verdwijnt in een slogan die vooral bedoeld is om te onthouden , en niet om op te bouwen.

Het echte risico

Uitstappen in mei is één ding. Op tijd weer instappen is iets heel anders. Zo’n aanpak werkt alleen bij behoorlijk precieze timing: verkopen op het juiste moment en later weer terugkopen op het juiste moment, richting de winter. Een paar weken te vroeg of te laat, en het voordeel smelt weg—of slaat zelfs om in een nadeel.

Rendement komt niet netjes in maandelijkse porties

Het is goed om te onthouden dat een groot—en vaak zelfs het grootste—deel van het jaarrendement over het algemeen in slechts een paar dagen wordt behaald. Mis je die dagen omdat je tijdelijk niet belegd, dan loop je een achterstand op die je later moeilijk goedmaakt. En dat wil je natuurlijk niet. Dit is misschien wel het ongemakkelijkste deel van het verhaal: de markt beloont vaak juist wie blijft zitten, terwijl het saai, onzeker of juist ‘logisch’ voelt om iets te doen.

Waarom blijft ‘Sell in May’ dan toch zo populair?

Omdat het psychologisch prettig is. Het geeft houvast: een kalenderregel die controleerbaar voelt in een wereld waarin beursbewegingen dat niet zijn. Maar patronen uit het verleden zijn geen garanties—zeker niet als ze zó bekend zijn dat half beleggend Nederland ze kan opdreunen.

Dat betekent niet dat het seizoenseffect onzin is. We zien het zeker terug in de data. Alleen is het effect te klein, te wisselvallig en te gevoelig voor timingfouten om er een betrouwbare strategie van te maken.

De les is simpel

Beleggen draait uiteindelijk minder om slimme in- of uitstapmomenten, en meer om geduld, discipline en het vermogen om níét te handelen wanneer de verleiding het grootst is.

Of, om het gezegde iets aan te passen: blijf zitten in mei—en daarna ook.

Meer informatie:

  • FAQ: Hoe leer ik over het handelen in aandelen?
  • FAQ: Kan de belegger bouwen op het januarie-effect?
  • FAQ: Welke bedrijven zitten er in de AEX?
  • FAQ: